Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , eisers
[minderjarige 4]
Rechtbank Den Haag
Eisers, een Syrisch gezin met vier minderjarige kinderen, dienden op 28 januari 2024 asielaanvragen in die door de minister niet in behandeling werden genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Kroatië op grond van de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze besluiten.
Hoewel Kroatië in beginsel verantwoordelijk is en het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, stelden eisers dat er onvoldoende opvang is en zij risico lopen op pushbacks en ontoereikende medische zorg, mede vanwege de ernstige handicap van de oudste zoon. De rechtbank oordeelde dat eisers niet aannemelijk maakten dat zij risico lopen op pushbacks of fundamentele systeemfouten in Kroatië.
Echter, vanwege de bijzondere kwetsbaarheid van het gezin en het ontbreken van aanvullende garanties omtrent adequate medische zorg, concludeerde de rechtbank dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel onvoldoende is gemotiveerd in deze zaak. Dit leidt tot een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro.
De beroepen werden gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.750.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de Dublinbesluiten en draagt op tot een nieuw besluit met inachtneming van de kwetsbaarheid van het gezin.