Eiseres, van Libische nationaliteit en lid van de Maadani-stam die gelieerd is aan Khadaffi-loyalisten, verzocht op 3 augustus 2022 om een verblijfsvergunning asiel. De minister wees haar aanvraag op 29 mei 2024 af, stellende dat de incidenten die zij beschreef voortvloeiden uit de algemene oorlogssituatie en dat zij onvoldoende individuele kenmerken had aangetoond die haar risico op vervolging onderbouwen.
De rechtbank oordeelt dat eiseres tot een risicogroep behoort en dat geringe indicaties voldoende zijn om een risico op vervolging aannemelijk te maken. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de bedreigingen en het arrestatiebevel niet als dergelijke indicaties gelden. Tevens is onvoldoende ingegaan op de positie van vrouwen in Libië en de recente jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak.
De rechtbank stelt dat de minister niet heeft voldaan aan de verplichting om zowel de individuele omstandigheden van eiseres als de situatie in Libië te betrekken bij de beoordeling van het risico op ernstige schade. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen acht weken, rekening houdend met deze uitspraak. Eiseres krijgt tevens een proceskostenvergoeding van €1.750,- toegekend.