ECLI:NL:RBDHA:2024:1405
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn, die uiterlijk op 24 oktober 2023 liep, heeft overschreden en dat het beroep tijdig is ingediend na een ingebrekestelling.
De rechtbank wijst het verzoek van eiseres om vrijstelling van griffierecht definitief toe. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. Gezien de bijzondere omstandigheden rondom aanvragen om gezinshereniging bij asielvergunninghouders, legt de rechtbank een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast bepaalt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad €437,50. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 8 februari 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.