ECLI:NL:RBDHA:2024:14014
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en verzwaarde belangenafweging in vreemdelingenrecht
Eiser verbleef sinds 15 februari 2024 aaneengesloten in detentie en maakte bezwaar tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Hij stelde dat de rechtbank bij het eerste beroep niet ambtshalve een kenbare verzwaarde belangenafweging had gemaakt, zoals vereist volgens het arrest Mahdi.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel van bewaring op 27 juli 2024 was opgelegd en dat de periode van bewaring bij het eerste beroep nog geen zes maanden bedroeg, zodat een verlengingsbesluit nog niet aan de orde was. De minister had op 12 augustus 2024 tijdig een verzwaarde belangenafweging gemaakt, zoals blijkt uit de M120-rapportage.
Eiser voerde aan dat hij niet Marokkaans maar Algerijns was en dat de minister onterecht uitging van Marokkaanse nationaliteit. De rechtbank oordeelde dat eiser deze stelling niet met stukken had onderbouwd en dat het terugkeerbesluit met vermelding Marokko in rechte vaststaat.
De rechtbank concludeerde dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld bij de uitzetting en dat er zicht was op uitzetting, mede omdat eiser geen medewerking verleende. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.