Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster diende op 5 februari 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 29 mei 2022. Verweerder heeft de asielaanvraag op 29 april 2024 ingewilligd, waarna verzoekster haar beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank overweegt dat bij intrekking van een beroep wegens gedeeltelijke tegemoetkoming proceskostenvergoeding mogelijk is, maar dat de beslistermijn in deze zaak door de verlenging op grond van de WBV 2022/22 rechtsgeldig was verlengd tot 10 juni 2024, met een maximale termijn van 21 maanden tot 29 februari 2024.
Omdat de ingebrekestelling van 16 januari 2024 te vroeg was en het beroep anders niet-ontvankelijk zou zijn verklaard, komt het verzoek tot proceskostenvergoeding niet voor toewijzing in aanmerking. De rechtbank wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de ingebrekestelling te vroeg was en het beroep anders niet-ontvankelijk zou zijn verklaard.