ECLI:NL:RBDHA:2024:13573
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en kwetsbaarheid
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om hun aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 2 juli 2024 behandeld en verklaart het ongegrond.
De rechtbank overweegt dat het voornemen van de minister een voorbereidingshandeling is en dat eisers voldoende gelegenheid hebben gehad om te reageren via een zienswijze. De minister heeft alle argumenten, waaronder medische stukken over de gezondheid van eiseres en familiebanden met in Nederland verblijvende zoons en een zus, betrokken in de besluitvorming. De medische situatie van eiseres voldoet niet aan de criteria voor kwetsbaarheid zoals bedoeld in artikel 21 van Pro de Opvangrichtlijn.
Ook de familiebanden zijn onvoldoende om toepassing te geven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening, aangezien de minister terecht heeft vastgesteld dat niet wordt voldaan aan bepalingen die gezinshereniging waarborgen. De rechtbank concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een overdracht aan Kroatië onevenredig maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.