ECLI:NL:RBDHA:2024:13503
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduring vrijheidsontnemende maatregel in grensdetentie
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van 1 augustus 2024 waarbij zijn asielaanvraag werd afgewezen en de voortzetting van zijn vrijheidsontnemende maatregel in grensdetentie werd bevestigd. Eiser betoogde dat de motivering voor de voortzetting onvoldoende was en dat het detentieregime onrechtmatig was, mede vanwege langdurige en onvoldoende waarborgen biedende klachtprocedures.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende gemotiveerd heeft waarom de bewaring wordt voortgezet, met name het zwaarder wegen van het grensbewakingsbelang boven het belang van eiser op vrijheid. De rechtbank volgt de vaste jurisprudentie dat de feitelijke detentieomstandigheden niet in deze procedure aan de orde kunnen komen en dat daarvoor een andere rechtsgang openstaat.
De stelling van eiser dat de jurisprudentie in strijd is met het arrest Landkreis Gifhorn van het Hof van Justitie wordt door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd in recente uitspraken. Omdat geen onrechtmatigheid van de maatregel is gebleken, wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.