ECLI:NL:RBDHA:2024:13302
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontheffing en repatriëring militair wegens rijden onder invloed
Verzoeker, een opperwachtmeester van de Koninklijke Marechaussee (KMar) op Sint Maarten, werd ontheven uit zijn functie en gerepatrieerd naar Nederland nadat hij tijdens een afscheidsreceptie overmatig alcohol had gedronken en vervolgens onder invloed met de auto had gereden. Dit gedrag werd door meerdere collega’s gemeld en door verzoeker bevestigd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het vaststaat dat verzoeker onder invloed heeft gereden, ondanks het ontbreken van een alcoholtest op Sint Maarten. Vanwege zijn voorbeeldfunctie binnen de KMar wordt van hem verwacht dat hij zich verantwoordelijk gedraagt. Het gedrag heeft het imago van de KMar geschaad en maakt het onmogelijk dat hij zijn functie kan blijven vervullen.
Verzoekers beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de bijzondere positie van de KMar als politieorganisatie een zwaardere maatstaf rechtvaardigt. Ook de door verzoeker aangevoerde familieomstandigheden en hulpverlening wegen niet op tegen het organisatiebelang. De repatriëring wordt gegrond verklaard als samenhangende maatregel met de ontheffing uit functie.
Het bezwaar van verzoeker heeft geen redelijke kans van slagen en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.M. Meijers op 16 augustus 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen ontheffing uit functie en repatriëring wordt afgewezen.