ECLI:NL:RBDHA:2024:13269
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet ongegrond verklaard
De rechtbank Den Haag behandelde op 14 augustus 2024 het beroep van eiser tegen het besluit van 31 juli 2024 waarbij de minister van Asiel en Migratie een maatregel van bewaring oplegde op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep gold tevens als verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank constateerde dat het besluit ten onrechte was ondertekend namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, terwijl sinds 2 juli 2024 de minister van Asiel en Migratie bevoegd is. Dit gebrek werd echter gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb Pro, omdat de maatregel was ondertekend door een bevoegde ambtenaar en eiser niet in zijn belangen was geschaad.
De rechtbank stelde vast dat eiser, geboren in 1989 met de Congolese nationaliteit, geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft en dat de zware gronden voor bewaring, zoals het niet op de juiste wijze binnenkomen en het onttrekken aan toezicht, feitelijk juist zijn en het risico op onttrekking aan toezicht rechtvaardigen. Een lichter middel was onvoldoende gemotiveerd en de maatregel was niet onevenredig bezwarend.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Wel werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.750 wegens het ondertekeningsgebrek.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.