ECLI:NL:RBDHA:2024:13161
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser stelde dat hij in Polen mensenrechtenschendingen heeft ondervonden vanwege zijn LHBTI-status en ras, en dat overdracht naar Polen van bijzondere hardheid zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat Polen zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd ter onderbouwing van zijn beweringen. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken over de situatie van LHBTI-ers in Polen, maar acht die niet vergelijkbaar met de huidige zaak.
Daarom blijft het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn op 11 juli 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.