ECLI:NL:RBDHA:2024:9428
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid die hun asielaanvragen niet in behandeling nam, omdat Polen volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eisers voerden aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen niet langer kan worden aangenomen vanwege systematische tekortkomingen in de Poolse asielprocedure en anti-Russisch sentiment.
De rechtbank heeft het onderzoek geschorst in afwachting van uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak, maar deze uitspraken bleken niet relevant voor de voorlopige voorzieningen die eisers hadden gekregen. De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen nog steeds geldt en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij bij overdracht aan Polen een reëel risico lopen op onmenselijke of vernederende behandeling.
De rechtbank overweegt dat het arrest van het Hof van Justitie van 29 februari 2024 bevestigt dat alleen bij een zeer hoge drempel sprake kan zijn van een uitzondering op het vertrouwensbeginsel. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een dergelijke situatie. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening wegens bijzondere omstandigheden wordt afgewezen. De beroepen worden ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de verantwoordelijkheid voor behandeling blijft bij Polen.