ECLI:NL:RBDHA:2024:13109
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende bewijs verblijfsdoel en binding met land van herkomst
Eiser, een Marokkaanse staatsburger, heeft een aanvraag ingediend voor een visum kort verblijf om de echtgenoot van zijn nicht te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van het verblijfsdoel en twijfel over het voornemen om het Schengengebied tijdig te verlaten.
Eiser stelde in beroep dat hij voldoende familiebanden, een vrouw en minderjarig kind in Marokko heeft, evenals onroerend goed en een baan, en dat de hoorplicht niet is nageleefd. De rechtbank oordeelde dat eiser de familierechtelijke relatie niet voldoende heeft onderbouwd en dat de economische binding onvoldoende is aangetoond, mede omdat bankafschriften niet duidelijk inkomsten uit arbeid tonen.
De rechtbank vond dat de minister terecht van de hoorplicht kon afzien gezien het gebrek aan inspanningen van eiser om aanvullende informatie te verstrekken. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.