Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 8 januari 2022 een asielaanvraag in, die niet tijdig werd behandeld omdat Oostenrijk verantwoordelijk was volgens de Dublinverordening. Nederland werd uiteindelijk verantwoordelijk op 4 september 2022 vanwege het niet tijdig overdragen van de aanvraag. Verweerder gaf eiser de mogelijkheid een nieuwe aanvraag in te dienen, maar volgens de Afdeling bestuursrechtspraak had verweerder alsnog op de eerste aanvraag moeten beslissen.
De wettelijke beslistermijn van zes maanden werd verlengd met negen maanden door een wijziging in de Vreemdelingencirculaire, waardoor de termijn voor eiser op 4 december 2023 eindigde. Eiser stelde verweerder op 10 juli 2023 in gebreke, maar dit was prematuur omdat de beslistermijn toen nog niet was verstreken.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling niet aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro voldoet en verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De rechtbank wijkt niet af van eerdere uitspraken waarin de termijnverlenging rechtsgeldig werd bevonden, ondanks lopende prejudiciële vragen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.