Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige], V-nummer: [V-nummer 2] , (gemachtigde: mr. M. Woudwijk),
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, diende in oktober 2020 een asielaanvraag in in Nederland vanwege vrees voor een gedwongen huwelijk, vrouwenbesnijdenis en represailles van mensenhandelaren. Haar aanvraag werd in augustus 2023 afgewezen door de Minister van Asiel en Migratie, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank behandelde het beroep in april 2024 en oordeelde dat de verklaringen van eiseres over het gedwongen huwelijk en de dreiging onvoldoende geloofwaardig waren. Zij gaf onvoldoende inzicht in de lange wachttijd voor het huwelijk en de aard van de druk die zij zou ondervinden. Ook de vrees voor represailles van een mensenhandelaar werd niet aannemelijk geacht, mede omdat het contact met deze persoon was verbroken en de schuldaflossing niet onoverkomelijk leek.
Verder werd geoordeeld dat de Minister niet tekort was geschoten in zijn vergewisplicht ten aanzien van het onderzoek naar de documenten. De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de criteria voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en de aanvraag definitief afgewezen.