ECLI:NL:RBDHA:2024:12949
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling en schadevergoeding
Eiser werd op 15 februari 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De minister hevelde de maatregel op op 29 juli 2024. De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de maatregel voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel tot 5 juli 2024 reeds rechtmatig was getoetst en geacht werd, zodat alleen de periode daarna relevant was. Eiser voerde aan dat er geen zicht op uitzetting was en dat hij onnodig lang in bewaring zat. De minister betoogde dat de maatregel rechtmatig was voortgezet en pas werd opgeheven toen de medische situatie van eiser verslechterde.
De rechtbank oordeelde dat er ook na 5 juli 2024 zicht op uitzetting was, mede omdat eiser niet volledig meewerkte aan zijn uitzetting, bijvoorbeeld door het verbergen van taalvaardigheden. De minister handelde voortvarend door meerdere malen te appelleren op de lp-aanvraag en een vertrekgesprek te voeren. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.