ECLI:NL:RBDHA:2024:1254
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser betoogde dat de staatssecretaris ten onrechte uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije en dat er sprake is van fundamentele systeemfouten in Bulgarije, onder meer op het gebied van detentie en rechtsbijstand. Tevens stelde eiser dat zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder mishandeling en psychische problemen, een uitzondering rechtvaardigen om de asielaanvraag in Nederland te behandelen.
De staatssecretaris stelde dat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag en dat er geen aanwijzingen zijn voor een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het EU-Handvest. Ook zijn er volgens de staatssecretaris geen bijzondere individuele omstandigheden die een onevenredige hardheid opleveren.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris zich deugdelijk heeft gemotiveerd en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije kan worden toegepast, mede gelet op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. De persoonlijke omstandigheden van eiser zijn onvoldoende onderbouwd om af te wijken van de hoofdregel. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees het beroep af en liet het besluit van de staatssecretaris in stand, zonder toekenning van proceskostenvergoeding. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.