ECLI:NL:RBDHA:2024:12088
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing aanvraag verblijfsdocument ongegrond verklaard
Opposante heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag tot vervanging of vernieuwing van haar verblijfsdocument door de minister van Asiel en Migratie. De minister wees deze aanvraag af met een besluit van 26 september 2023, en handhaafde deze afwijzing bij het besluit op bezwaar van 13 februari 2024. De rechtbank heeft op 2 juli 2024 het beroep van opposante ongegrond verklaard zonder zitting, omdat de uitkomst buiten redelijke twijfel stond.
Tegen deze uitspraak stelde opposante verzet in, waarbij zij niet verzocht om een zitting. De rechtbank beoordeelde dit verzet uitsluitend op de vraag of het terecht was dat de uitspraak zonder zitting werd gedaan. De rechtbank constateerde dat de gronden van het verzet grotendeels een herhaling waren van eerdere beroepsgronden en geen nieuwe argumenten bevatten die twijfel aan de uitkomst konden rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat het verzet feitelijk een verkapt hoger beroep betrof, wat niet is toegestaan in deze procedure. Bovendien wacht opposante nog op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over een eerder hoger beroep. De rechtbank verklaarde het verzet daarom ongegrond en handhaafde de uitspraak van 2 juli 2024. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsdocument is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.