ECLI:NL:RBDHA:2024:1205

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 februari 2024
Publicatiedatum
5 februari 2024
Zaaknummer
24/48
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 Awb
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking bijstandsintrekking

Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag tot intrekking van zijn bijstandsuitkering per 1 september 2023. Hij diende een verzoek om voorlopige voorziening in, dat hij later introk nadat het college op 18 januari 2024 het besluit tot intrekking en het besluit tot opschorting van de bijstandsuitkering had laten vervallen.

De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om een veroordeling van het college in de proceskosten. Het college erkende dat een proceskostenveroordeling niet onredelijk zou zijn, aangezien het was teruggekomen op het eerdere besluit. De voorzieningenrechter wees het verzoek toe, omdat het college met het vervallen van de besluiten aan het verzoek van verzoeker was tegemoetgekomen.

De proceskosten werden vastgesteld op €875,-, gebaseerd op één proceshandeling door de gemachtigde van verzoeker. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €50,-. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 7 februari 2024 en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van €875,- proceskosten en vergoeding van het griffierecht van €50,-.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/48

uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 februari 2024 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. A. Cav),
en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college

(gemachtigde: mr. P. Siemerink).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn verzoek om voorlopige voorziening met betrekking tot het besluit van het college van 26 september 2023. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van 26 september 2023 waarbij zijn bijstandsuitkering is ingetrokken per 1 september 2023.
1.1.
Het verzoek is ingetrokken omdat het college op 18 januari 2024 het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering heeft laten vervallen en bij afzonderlijk besluit van eveneens 18 januari 2024 het besluit van 12 september 2023, inhoudende opschorting van de bijstandsuitkering vanaf 1 september 2023, ook heeft laten vervallen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat hij een veroordeling in de proceskosten niet onredelijk acht nu is teruggekomen op een eerder ingenomen standpunt.
1.3.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
3.1.
In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt. [3]
Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen?
4. Het college is met het besluit van 18 januari 2024 aan verzoeker tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoeker tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen. [4] Verzoeker heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen. [5] Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden.
4.1.
De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het college met de intrekking van het besluit van 26 september 2023 aan het verzoek van verzoeker is tegemoetgekomen. Er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het college in de proceskosten te veroordelen toe.
Welke kosten dient het college te vergoeden?
5. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoeker heeft zich laten bijstaan door zijn gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 875,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die het college moet vergoeden € 875,- bedragen.

Conclusie en gevolgen

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe. Aangezien het college de aangevochten besluiten heeft laten vervallen ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat het college het door verzoeker betaalde griffierecht moet vergoeden. [6]

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- veroordeelt het college tot betaling van € 875,- wegens proceskosten aan verzoeker;
- gelast dat het college het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J. Verspuij-Fung, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 februari 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.
3.Vergelijk CRvB 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263.
4.Vergelijk CRvB 15 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3252.
5.Vergelijk ABRvS 12 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1930.
6.Zie artikel 8:82, vijfde lid, van de Awb.