ECLI:NL:RBDHA:2024:1152
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand en hoofdelijke aansprakelijkheid wegens gezamenlijke huishouding
Eisers zijn in beroep gekomen tegen het besluit van de gemeente Zoetermeer waarbij de bijstandsuitkering van eiseres over de periode 1 januari 2020 tot en met 23 juni 2021 is herzien en teruggevorderd wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding met eiser. Tevens is eiser hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor deze terugvordering.
De rechtbank stelt vast dat eiser in de betreffende periode zijn hoofdverblijf bij eiseres had, waarmee een gezamenlijke huishouding is vastgesteld. Hierdoor heeft eiseres haar inlichtingenplicht geschonden, wat rechtvaardigt dat de bijstand wordt herzien en teruggevorderd. De stelling van eisers dat de terugvordering sociaal onaanvaardbaar zou zijn, wordt door de rechtbank verworpen omdat deze situatie fictief is en niet aannemelijk is dat zij zich in werkelijkheid heeft voorgedaan.
De rechtbank oordeelt verder dat verweerder de belangenafweging omtrent de hoofdelijke aansprakelijkheid heeft gemaakt, ook al is dit onder de noemer van dringende redenen in plaats van discretionaire bevoegdheid. Gezien de feitelijke omstandigheden en de aflossing van de terugvordering door eiseres, ziet de rechtbank geen onevenredige gevolgen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand en hoofdelijke aansprakelijkheid wordt ongegrond verklaard.