ECLI:NL:RBDHA:2024:10853
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder uitzicht op uitzetting
De rechtbank Den Haag heeft op 12 juli 2024 het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beoordeeld. Deze maatregel was opgelegd op 24 juni 2024 en werd reeds eerder getoetst bij uitspraak van 22 april 2024, waarbij zij rechtmatig werd bevonden tot het sluiten van het onderzoek op 16 april 2024. De rechtbank beoordeelde nu uitsluitend de rechtmatigheid van de voortzetting van de maatregel na die datum.
Eiser stelde dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering was, omdat geen laissez-passer was afgegeven, en dat de minister een lichter middel had moeten toepassen vanwege de ernstige ziekte van zijn vader. De rechtbank vond deze gronden niet overtuigend. Uit het voortgangsrapport bleek dat meerdere rappelleringen en vertrekgesprekken hadden plaatsgevonden, wat duidt op voldoende voortvarendheid van de minister. De bewering over de ziekte van de vader werd niet met medische stukken onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig voortduurt en wees het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.