ECLI:NL:RBDHA:2024:1078
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen buitenbehandelingstelling asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Bulgarije
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, wat inhoudt dat Nederland erop mag vertrouwen dat Bulgarije de asielzoeker in overeenstemming met het EVRM, het Vluchtelingenverdrag en het Unierecht behandelt.
Eiser voerde aan dat er in Bulgarije sprake is van systematische tekortkomingen in de opvang, pushbacks en mishandeling, maar deze stellingen zijn onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk gemaakt. Ook de detentie en vermeende mishandeling in Bulgarije zijn niet voldoende bewezen en eiser heeft nagelaten om klachten bij Bulgaarse autoriteiten in te dienen. De rechtbank concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een overdracht aan Bulgarije van onevenredige hardheid maken.
De rechtbank handhaaft daarmee het besluit van de staatssecretaris en wijst het beroep af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter F. Sijens en griffier A.P. Kuiters en is openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.