ECLI:NL:RBDHA:2024:10701
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zij betwist dat de verlenging van de beslistermijn onder WBV 2023/3 geldig is toegepast door verweerder, en stelt dat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.
De rechtbank heeft partijen gevraagd of zij een zitting wensen; dit werd niet verzocht, waarna het onderzoek werd gesloten zonder zitting. De rechtbank overweegt dat op grond van de Awb een ingebrekestelling moet worden gedaan alvorens beroep kan worden ingesteld tegen niet tijdig beslissen. De WBV 2023/3 verlengt de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat de situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet (Vw) voldoende aannemelijk is gemaakt. De aanvraag van eiseres valt binnen dit toepassingsgebied, waardoor de beslistermijn is verlengd tot uiterlijk 21 december 2024. De ingebrekestelling van 17 april 2024 is daarom te vroeg ingediend en het beroep is niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank wijst een proceskostenveroordeling af en wijst erop dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling onder de verlengde beslistermijn.