ECLI:NL:RBDHA:2024:10491
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Opschorting beslistermijn asielaanvraag tijdens tijdelijke bescherming Oekraïense vreemdeling
De rechtbank behandelt het beroep van een Oekraïense vreemdeling tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 14 maart 2022. De kernvraag is of de staatssecretaris de beslissing mag uitstellen tot na afloop van de tijdelijke bescherming, ondanks de in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn genoemde beslistermijn van 21 maanden.
De rechtbank stelt vast dat eiseres onder de Richtlijn tijdelijke bescherming valt, die is geactiveerd vanwege de massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne. Artikel 43a van de Vreemdelingenwet 2000, als implementatie van artikel 17, tweede lid, van deze richtlijn, biedt de mogelijkheid om de behandeling van de asielaanvraag op te schorten tot na het einde van de tijdelijke bescherming, die in dit geval loopt tot 4 maart 2025.
De rechtbank analyseert de verhouding tussen de Procedurerichtlijn en de Richtlijn tijdelijke bescherming. Uit de totstandkomingsgeschiedenis en de bedoeling van beide richtlijnen volgt dat zij naast elkaar kunnen bestaan en dat de opschorting van de beslistermijn tijdens tijdelijke bescherming niet in strijd is met de 21-maanden termijn van de Procedurerichtlijn.
Daarom oordeelt de rechtbank dat de beslistermijn nog niet is verstreken en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de beslistermijn nog niet is verstreken door opschorting tijdens tijdelijke bescherming.