Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] en [naam 2],
[naam 3]
Rechtbank Den Haag
Eisers, van Afghaanse nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen door de Nederlandse staatssecretaris, die Portugal als verantwoordelijke lidstaat heeft aangewezen op grond van de Dublinverordening. Eisers beroepen zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening en wijzen op familieomstandigheden en hun binding met Nederland.
De rechtbank heeft het beroep op 20 juni 2024 behandeld en concludeert dat de staatssecretaris terecht heeft besloten de aanvragen niet in behandeling te nemen. De rechtbank overweegt dat de overdracht aan Portugal niet onevenredig hard is, mede omdat de zus van eiseres al twintig jaar in Nederland woont zonder eiseres en er geen sprake is van afhankelijkheid.
De rechtbank stelt vast dat het enkele bestaan van een gezinsband onvoldoende is om af te wijken van de Dublinverordening. Ook de persoonlijke en maatschappelijke bindingen van eisers in Nederland zijn niet zodanig dat deze een uitzondering rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Portugal blijft gehandhaafd.