Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] , V-nummer: [V-nummer 1] , eiser I
[eiser 2], V-nummer: [V-nummer 3] , eiser II
[eiser 3], V-nummer: [V-nummer 4] , eiser III
Rechtbank Den Haag
Eisers, ouders en kinderen van een jongvolwassene met een verblijfsvergunning asiel, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag om machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv’s). Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat referent in de asielprocedure als meerderjarig is aangemerkt en er geen sprake is van gezinsleven tussen referent en zijn broers en zus in de zin van artikel 8 EVRM Pro.
Eisers stelden dat referent minderjarig is, onderbouwd met authentieke documenten en leeftijdsschouwen, en dat er wel degelijk sprake is van gezinsleven met zijn broers en zus. Verweerder heeft echter geen aanleiding gezien af te wijken van de meerderjarigheid en heeft de gezinsbanden beoordeeld als onvoldoende hecht.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht is uitgegaan van de meerderjarigheid van referent en dat het gezinsleven tussen referent en zijn broers en zus ontbreekt. De belangenafweging is zorgvuldig gemaakt, waarbij ook het belang van de minderjarige kinderen is meegewogen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag om mvv’s wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van gezinsleven tussen referent en zijn broers en zus.