ECLI:NL:RBDHA:2024:10162
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op mvv-aanvraag in kader nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis, ingediend op 12 juli 2023. Verweerder bevestigde de ontvangst op 1 augustus 2023, maar nam geen besluit binnen de wettelijk gestelde termijn van 90 dagen, die met drie maanden was verlengd tot uiterlijk 30 januari 2024.
Na een rechtsgeldige ingebrekestelling op 27 februari 2024 en het verstrijken van twee weken, stelde eiser op 17 maart 2024 beroep in. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe wegens betalingsonmacht.
De rechtbank legt een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, tot een maximum van €7.500. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €437,50. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 28 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen onder dwangsom.