ECLI:NL:RBDHA:2023:9935
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.M.H. van der Poort - Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning medische behandeling wegens ontbreken medische noodsituatie
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon met ernstige fysieke en psychische klachten na een verkeersongeval, verzocht om een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'medische behandeling' en uitstel van vertrek. Verweerder wees deze aanvragen af op basis van adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA), waarin werd geconcludeerd dat eiser medisch gezien kan reizen en geen medische noodsituatie binnen drie maanden na vertrek wordt verwacht.
Eiser voerde in beroep aan dat het BMA-advies onzorgvuldig en tegenstrijdig was en dat de beschikbaarheid van noodzakelijke medische zorg in Marokko onvoldoende was onderzocht. De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig, inzichtelijk en concludent was en dat eiser onvoldoende medische onderbouwing leverde om aan de juistheid te twijfelen.
De rechtbank volgde eiser niet in zijn stelling dat de medische situatie tot een noodsituatie zou leiden en oordeelde dat verweerder terecht het BMA-advies aan zijn besluitvorming ten grondslag legde. Ook werd het beleid van verweerder om bij afwezigheid van een medische noodsituatie niet te toetsen aan de beschikbaarheid van zorg in het land van herkomst als niet kennelijk onredelijk beoordeeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, aangezien er geen connexiteit meer was. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.