ECLI:NL:RVS:2018:3852
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat uitzetting vreemdeling niet achterwege blijft wegens medische situatie
De staatssecretaris wees een verzoek van de vreemdeling af om haar uitzetting op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 niet uit te voeren. De vreemdeling stelde bezwaar en beroep in tegen deze besluiten, waarbij de rechtbank het besluit vernietigde omdat de staatssecretaris niet voldoende had onderzocht of het stopzetten van een lopende EMDR-behandeling een medische noodsituatie zou veroorzaken.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris zijn vergewisplicht niet had nageleefd door de brief van de behandelaars niet aan het Bureau Medische Advisering (BMA) voor te leggen. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat het BMA-advies van 6 november 2017 voldoende inzichtelijk en concludent was en dat de staatssecretaris niet verplicht was om nadere toelichting te vragen. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand liet en bepaalde dat de uitzetting van de vreemdeling niet achterwege hoeft te blijven.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak bevestigt de zorgvuldigheidseisen bij medische advisering in vreemdelingenzaken en verduidelijkt de reikwijdte van de vergewisplicht van bestuursorganen.
Uitkomst: De uitzetting van de vreemdeling blijft in stand omdat de staatssecretaris zijn vergewisplicht voldoende is nagekomen.