ECLI:NL:RBDHA:2023:9916
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandeling stellen aanvraag verblijfsvergunning studie ongegrond verklaard
Eiser, een Amerikaanse staatsburger, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel 'studie'. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat deze niet via een erkend referent was ingediend, conform de geldende regelgeving.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat de afwijzing onzorgvuldig was, in strijd met artikel 8 EVRM Pro en de belangen van het kind. De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen na het niet tijdig aanvullen van de aanvraag binnen de gestelde termijn.
De rechtbank overwoog dat een beroep op artikel 8 EVRM Pro bij buitenbehandelingstelling niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, omdat de connexiteit ontbrak. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag verblijfsvergunning studie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.