Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 13 oktober 2022 een asielaanvraag in. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 13 april 2023 eindigen. Echter, met de inwerkingtreding van het Besluit WBV 2022/22 op 27 september 2022 is deze termijn met negen maanden verlengd, waardoor de beslistermijn voor eiser op 13 januari 2024 eindigt.
De rechtbank heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat de verlenging rechtsgeldig is omdat op het moment van de inwerkingtreding sprake was van een situatie zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet. De rechtbank ziet geen reden om hiervan af te wijken in deze zaak.
Eiser heeft op 19 april 2023 een ingebrekestelling ingediend, maar aangezien de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken, was deze ingebrekestelling te vroeg. Hierdoor is het beroep tegen het uitblijven van een besluit kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een besluit op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een geldige verlenging van de beslistermijn.