ECLI:NL:RBDHA:2023:9705
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De aanvraag werd ingediend op 29 augustus 2022, met een beslistermijn van 90 dagen die door verweerder werd verlengd tot zes maanden. De termijn verstreek op 1 maart 2023 zonder besluit. Eiseres stelde verweerder op 2 februari 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 2 maart 2023 beroep in, wat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en stelt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van twintig weken na verzending van de uitspraak vast waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor overschrijding van deze termijn. De rechtbank motiveert deze langere termijn als passend gezien de aard van de aanvraag en verwijst naar eerdere jurisprudentie.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €418,50 en het door eiseres betaalde griffierecht van €184. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 29 juni 2023 door rechter A.C.J. van Dooijeweert.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.