ECLI:NL:RBDHA:2023:9700
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag verblijfsvergunning verzorgende ouder Nederlandse kinderen
Eiser, met de Surinaamse nationaliteit, verzocht om een verblijfsdocument EU/EER als verzorgende ouder van twee Nederlandse kinderen die in een pleeggezin wonen. Na eerdere afwijzingen en ongegrond verklaarde beroepen, diende eiser een herhaalde aanvraag in. Verweerder wees deze af op grond van artikel 4:6 Awb Pro wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijke, meer dan marginale zorg- en opvoedtaken verricht voor zijn kinderen, noch dat er een daadwerkelijke afhankelijkheidsrelatie bestaat. De kinderen verblijven in een pleeggezin en de omgang met eiser was beperkt. Verweerder hoefde daarom niet te toetsen aan artikel 8 EVRM Pro, wat de rechtbank als zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd beoordeelt.
Verder is het rechtmatig dat verweerder van horen heeft afgezien omdat eiser in bezwaar geen nieuwe feiten of omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.