ECLI:NL:RBDHA:2023:8602
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen inreisverbod na terugkeerbesluit afgewezen ondanks beroep op gelijkheidsbeginsel
Eiser, met de Oezbeekse nationaliteit, werd op 24 januari 2023 door de arbeidsinspectie werkend aangetroffen en opgehouden. Verweerder legde hem een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken en een inreisverbod van één jaar op. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat de ophouding onrechtmatig was vanwege een onjuiste wettelijke grondslag en dat het proces-verbaal pas later was opgemaakt, wat een gebrek zou opleveren.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak waarin deze gronden reeds waren beoordeeld en verwierp deze. Eiser voerde ook aan dat het inreisverbod onterecht was opgelegd en deed een beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat een deel van zijn landgenoten geen inreisverbod kreeg. De rechtbank oordeelde dat dit beroep niet slaagde omdat het niet de bedoeling was dat een ambtelijke fout werd herhaald.
Verder stelde eiser dat hij vanwege zijn kwetsbare positie en zakelijke belangen in Nederland en Europa van het inreisverbod mocht worden ontslagen. De rechtbank stelde dat eiser tijdens het gehoor was geïnformeerd over de mogelijkheid om bijzondere omstandigheden aan te voeren om af te zien van het inreisverbod, maar dat hij had verklaard geen zakelijke belangen te hebben. De rechtbank mocht deze belangen niet alsnog meenemen in haar beoordeling en verklaarde het beroep ongegrond.
De rechtbank kende geen proceskosten toe. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit met inreisverbod wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.