ECLI:NL:RBDHA:2023:8446
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt besluit weigering machtiging voorlopig verblijf nareis ouders asielzoeker
Een minderjarige asielzoeker die in Nederland bescherming kreeg wegens vrees voor uithuwelijking en herbesnijdenis, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor haar ouders. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat de feitelijke gezinsband als verbroken werd beschouwd, aangezien de dochter uit vrees voor haar ouders was gevlucht.
De rechtbank oordeelt dat hoewel de gezinsband onder zeer uitzonderlijke omstandigheden verbroken kan zijn, de staatssecretaris ten onrechte geen belangenafweging heeft gemaakt. De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 juli 2022 verplicht tot een belangenafweging waarbij alle relevante feiten en omstandigheden worden betrokken, waaronder de aard en hechtheid van de gezinsband.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit omdat het niet voldoet aan het motiveringsbeginsel en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot een nieuw besluit met belangenafweging.