ECLI:NL:RBDHA:2023:8140
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf bij nareis gezinshereniging
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor haar minderjarige kinderen. Verweerder had uiterlijk op 1 oktober 2022 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde verweerder op 19 november 2022 rechtsgeldig in gebreke en diende op 2 februari 2023 beroep in, dat tijdig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. Gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij asielhouders wordt een langere termijn dan de standaard twee weken opgelegd. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van € 1.442 en in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 418,50, alsmede het griffierecht van € 184. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier S.C. Spruijt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een termijn van twintig weken op met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.