ECLI:NL:RBDHA:2023:803
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf
Eiseres ontving sinds 2012 een bijstandsuitkering en verweerder trok deze per 1 april 2020 in wegens het vermeende ontbreken van het hoofdverblijf op het uitkeringsadres en ontbrak aan melding van stortingen op de bankrekening.
Het onderzoek bestond uit administratief onderzoek, energieverbruik, bankafschriften, een gesprek en huisbezoek. Verweerder stelde dat het extreem lage waterverbruik en anonieme verklaringen van buren aannemelijk maakten dat eiseres niet woonde op het uitkeringsadres.
De rechtbank oordeelde dat het waterverbruik niet extreem laag maar slechts laag was, waardoor aanvullend bewijs vereist is. De anonieme verklaringen en bevindingen tijdens het huisbezoek boden onvoldoende concrete aanwijzingen. Ook de stortingen en bijschrijvingen op de bankrekening konden de intrekking niet dragen.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens ondeugdelijke motivering en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke grondslag en ondeugdelijke motivering.