ECLI:NL:RBDHA:2023:7964
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens verlengde beslistermijn
Eiser diende op 8 mei 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nadat verweerder niet binnen de oorspronkelijke beslistermijn van zes maanden had beslist, stelde eiser verweerder op 9 november 2022 in gebreke en stelde op 12 december 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Verweerder stelde dat de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd met negen maanden vanwege een groot aantal aanvragen.
De rechtbank oordeelde dat de verlenging van de beslistermijn op grond van artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 rechtsgeldig was. De ingebrekestelling van 9 november 2022 was daarom prematuur en het beroep voldeed niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bovendien had verweerder op 8 mei 2023 alsnog een besluit genomen dat de aanvraag van eiser inwilligde.
Gezien de vaste rechtspraak heeft eiser daardoor geen belang meer bij de beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde het beroep dan ook kennelijk niet-ontvankelijk en veroordeelde verweerder niet in de proceskosten. Omdat het besluit in het voordeel van eiser was, ging de rechtbank ervan uit dat het beroep geen betrekking had op het alsnog genomen besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn en het alsnog nemen van een besluit.