Eiser heeft op 30 mei 2022 asiel aangevraagd en stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 8 december 2022 in gebreke vanwege het uitblijven van een besluit. Op 26 december 2022 stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit, stellende dat de beslistermijn op 30 november 2022 was verstreken.
Verweerder betoogde dat de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd met negen maanden door het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire (WBV) 2022/22, waardoor de termijn pas op 30 augustus 2023 zou verstrijken. Eiser voerde aan dat de verlenging onrechtmatig was omdat niet was voldaan aan de vereiste van een groot aantal tegelijk ingediende asielaanvragen en dat de motivering ontoereikend was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had onderbouwd dat sprake was van een grote instroom van asielaanvragen sinds de tweede helft van 2021, mede door het vervallen van coronareisbeperkingen en de komst van vluchtelingen uit Oekraïne en Afghanistan. De rechtbank volgde verweerder in zijn uitleg dat ook graduele stijgingen in aanvragen de beslistermijn kunnen verlengen om zorgvuldige besluitvorming te waarborgen.
Daarom is de verlenging van de beslistermijn met het WBV 2022/22 rechtsgeldig en was de ingebrekestelling van 8 december 2022 te vroeg. Het beroep voldoet niet aan de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht en is niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wees de rechtbank het verzoek om een nadere beslistermijn en proceskostenvergoeding af.