ECLI:NL:RBDHA:2023:7824
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting maatregel van bewaring en lichter middel in vreemdelingenrecht
De rechtbank Den Haag heeft op 1 juni 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over de voortzetting van een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogde dat vanwege zijn medische en psychosociale omstandigheden een lichter middel passend was en dat de bewaring onevenredig bezwarend is. Tevens stelde hij dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde in het uitzettingsproces.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het vorige onderzoek rechtmatig was en dat sindsdien geen nieuwe feiten waren die de rechtmatigheid aantasten. Eiser had tijdens vertrekgesprekken geen medische problematiek gemeld en geen medische stukken overgelegd. De rechtbank achtte de medische problematiek onvoldoende onderbouwd om de bewaring op te heffen. Ook het beheersregime was onvoldoende concreet gemaakt om als onevenredig bezwarend te gelden.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder voldoende voortvarend handelde en zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat. Hoewel eiser verklaarde Algerijns te zijn, heeft hij dit niet aannemelijk gemaakt met documenten. Verweerder zet daarom terecht in op een lp-traject met Marokko. Eiser werkt niet mee aan terugkeer naar Marokko, waardoor het voortduren van de bewaring voor zijn rekening komt.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.