ECLI:NL:RBDHA:2023:7665
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis aan een referent. De staatssecretaris heeft de beslistermijn verlengd, maar heeft uiteindelijk niet binnen de wettelijke termijn beslist. Eisers hebben de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke gesteld waarna het beroep tijdig is ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de staatssecretaris niet binnen de vereiste termijn heeft beslist. Er wordt een termijn van twintig weken opgelegd waarbinnen alsnog een besluit moet worden genomen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag vastgesteld voor het overschrijden van deze termijn, met een maximum van €7.500.
Daarnaast wordt vastgesteld dat de staatssecretaris reeds bestuurlijke dwangsommen van €1.442 heeft verbeurd en wordt hij veroordeeld tot betaling hiervan aan eisers. Ook wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van €418,50. De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toe.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.