ECLI:NL:RBDHA:2023:7650
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eisers hebben de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke gesteld en vervolgens tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden zonder dat een besluit is genomen. De rechtbank stelt een termijn van twintig weken na verzending van de uitspraak vast waarbinnen alsnog een besluit moet worden genomen, gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de staatssecretaris de termijn overschrijdt, met een maximum van €7.500. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eisers en moet het griffierecht worden vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.