ECLI:NL:RBDHA:2023:7613
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De staatssecretaris heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Eisers hebben de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke gesteld en vervolgens tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat er sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is. De rechtbank legt een termijn van twintig weken op waarbinnen de staatssecretaris alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag, met een maximum van € 7.500, opgelegd voor het geval de termijn wordt overschreden.
Daarnaast wordt vastgesteld dat de staatssecretaris reeds bestuurlijke dwangsommen van € 1.442 heeft verbeurd en wordt hij veroordeeld in de proceskosten van eisers, vastgesteld op € 418,50. De rechtbank vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig genomen besluit en draagt de staatssecretaris op alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen binnen twintig weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.