ECLI:NL:RBDHA:2023:7416
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Mauritaanse minderjarige wegens ongeloofwaardige verklaringen en onvoldoende opvangonderzoek
Eiser, een Mauritaanse minderjarige die in 2021 asiel aanvroeg in Nederland, stelde te zijn ontvoerd, tot dwangarbeid verplicht en in gevangenschap te hebben gezeten. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardigheid van deze verklaringen, mede omdat de tijdlijn niet overeenkwam met een visumaanvraag bij Spaanse autoriteiten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende rekening had gehouden met het referentiekader van eiser tijdens het nader gehoor, dat op het moment van het gehoor meerderjarig was. De verklaringen van eiser werden als onvoldoende gedetailleerd en tegenstrijdig beoordeeld, en het onderzoek naar adequate opvang in Mauritanië was voortvarend maar kon niet worden afgerond voor meerderjarigheid.
De rechtbank stelde vast dat geen reden bestond voor een verblijfsvergunning regulier op grond van het buitenschuldbeleid en dat verweerder terecht geen nieuw voornemen hoefde uit te brengen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser werd opgedragen terug te keren naar Mauritanië.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiser wordt opgedragen terug te keren naar Mauritanië.