Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 mei 2023 in de zaak tussen
[naam eiser], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Procesverloop
Overwegingen
Daarnaast heeft verweerder eiser op grond van artikel 66a, vierde lid, Vw, in verbinding met artikel 6.5a, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) een inreisverbod voor de duur van twintig jaren opgelegd. Op grond van zijn gedragingen vormt eiser namelijk een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor de fundamentele belangen van de samenleving. Volgens verweerder zijn er geen redenen om op grond van artikel 66a, achtste lid van de Vw van het uitvaardigen van het inreisverbod af te zien. Het opleggen van een terugkeerbesluit en inreisverbod acht verweerder in eisers geval ook niet in strijd met artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Verweerder ziet ook geen aanleiding om op grond van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het uitvaardigen van een terugkeerbesluit, het verkorten van de vertrektermijn en het opleggen van een inreisverbod achterwege te laten.
Het feit dat eisers Nederlanderschap is ingetrokken heeft geen betekenis voor de beoordeling van de bestreden besluiten. De bevoegdheid van artikel 14 lid 2 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) staat los van een daadwerkelijke gevaaranalyse. Een veroordeling voor een terroristisch misdrijf is onvoldoende om gevaarzetting voor de nationale veiligheid daarmee bewezen te achten.
Verweerder heeft ook kunnen overwegen dat de wijze waarop eiser zich tijdens de strafzaak heeft opgesteld bijdraagt aan de conclusie dat uit zijn gedragingen blijkt dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde en nationale veiligheid. Uit de stukken blijkt dat de deskundigen een persoonlijkheidsonderzoek en een onderzoek naar een mogelijke impact van ingrijpende gebeurtenissen en leefomstandigheden op eisers psychische gezondheid (psychotraumatisering) geïndiceerd achtten maar dat eiser hieraan niet heeft willen meewerken. Terecht stelt verweerder dat eiser door de genoemde onderzoeken te weigeren geen inzicht gegeven heeft in zijn persoonlijk handelen en een inschatting door een deskundige op het risico van recidive onmogelijk heeft gemaakt.