Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Tunesische nationaliteit, werd op 19 april 2023 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij betwistte de gronden voor bewaring, met name de juistheid van de motivering en het ontbreken van gevaar voor onttrekking aan overdracht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van voldoende gronden, waaronder het ontbreken van een geldig paspoort en het feit dat eiser reeds geruime tijd zonder geldig reisdocument door de EU reist. Daarnaast werd geoordeeld dat geen lichter middel dan bewaring toepasbaar was, mede omdat eiser geen initiatieven had genomen om Nederland te verlaten en onvoldoende onderbouwing gaf voor alternatieven.
Eiser voerde aan dat hij op 12 april 2023 tot een gevangenisstraf van zeven dagen was veroordeeld, waardoor de bewaring onrechtmatig zou zijn. De rechtbank stelde vast dat verweerder op het moment van oplegging van de maatregel mocht aannemen dat geen straf meer openstond en dat de maatregel daarom rechtmatig was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter S.G.M. van Veen op 8 mei 2023 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.