ECLI:NL:RBDHA:2023:6629
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De aanvraag werd ingediend op 9 augustus 2022, met een beslistermijn die door verweerder werd verlengd tot zes maanden, waardoor uiterlijk 9 februari 2023 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit.
Eiseres heeft verweerder op 10 maart 2023 rechtsgeldig in gebreke gesteld en op 4 april 2023 beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is. De rechtbank stelt een nadere beslistermijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak vast en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, de proceskosten van eiseres van €418,50 en het door eiseres betaalde griffierecht van €184. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op alsnog binnen de gestelde termijn een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een nadere beslistermijn van twintig weken en een dwangsom op aan verweerder.