ECLI:NL:RBDHA:2023:6539
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren vreemdelingenbewaring zonder zicht op uitzetting
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is sinds september 2022 in vreemdelingenbewaring, met onderbrekingen door strafrechtelijke detentie. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank toetste of de voortzetting van de bewaring sinds 17 maart 2023 rechtmatig is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende voortvarend handelt door meerdere vertrekgesprekken en schriftelijke rappelleringen, en dat er zicht is op uitzetting naar Marokko, mede gelet op geplande contacten met de Marokkaanse vertegenwoordiging. Het ontbreken van een laissez-passer is niet doorslaggevend omdat verweerder afhankelijk is van medewerking van Marokkaanse autoriteiten.
De duur van de bewaring van ruim zeven maanden, ondanks onderbrekingen, rechtvaardigt nog geen verlengingsbesluit. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie waarin is bepaald dat voorafgaande strafrechtelijke detentie niet meetelt bij de termijnbeoordeling van vreemdelingenbewaring. De ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid van de voortzetting van de maatregel leidde tot het oordeel dat deze niet onrechtmatig is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.