ECLI:NL:RBDHA:2023:6495
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf gezinslid
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf ten behoeve van haar gezinslid. De staatssecretaris heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. Hierdoor is het beroep tijdig ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling.
De rechtbank stelt vast dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. Gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, legt de rechtbank een termijn van twintig weken op waarbinnen alsnog een besluit moet worden genomen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €418,50 en de vergoeding van het griffierecht van €184. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en openbaar gemaakt op 8 mei 2023.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.