ECLI:NL:RBDHA:2023:6494
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf gezinsleden
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor haar gezinsleden. De aanvraag werd ingediend op 14 juli 2022, waarna de beslistermijn van 90 dagen werd verlengd met drie maanden, waardoor uiterlijk op 12 januari 2023 een besluit had moeten worden genomen. Dit is niet gebeurd.
Eiseres stelde de staatssecretaris op 17 januari 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 17 februari 2023 het beroep in, dat tijdig werd geacht. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de staatssecretaris nog niet naar de aanvraag heeft gekeken. De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toe.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van twintig weken op waarbinnen alsnog een besluit moet worden genomen, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, tot een maximum van €7.500. Tevens worden de proceskosten van €418,50 aan eiseres toegekend en het betaalde griffierecht van €184 vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.