ECLI:NL:RBDHA:2023:6003
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en risico indirect refoulement
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, diende op 16 december 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 15 november 2022 illegaal Spanje was binnengekomen. Spanje is op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening verantwoordelijk voor de behandeling van het asielverzoek. Spanje accepteerde het verzoek tot overdracht.
Eiser voerde aan dat het beschermingsbeleid in Spanje ten aanzien van Algerije anders is dan in Nederland, met onvoldoende waarborgen tegen indirect refoulement. Ook stelde hij dat zijn psychische gesteldheid een risico op suïcide bij overdracht inhoudt en dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan, waaronder het niet inschakelen van het Bureau Medische Advisering (BMA).
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser niet voldeed aan de hoge drempel om aan te tonen dat dit niet kan worden aangenomen. Spanje heeft expliciet gegarandeerd de asielaanvraag conform Europese richtlijnen te behandelen. Eiser bracht geen concrete aanwijzingen aan dat hij niet adequaat beschermd zou worden of dat klagen bij Spaanse autoriteiten zinloos is.
Daarnaast ontbrak medische onderbouwing voor de psychische gesteldheid en het suïciderisico, waardoor het inschakelen van het BMA niet noodzakelijk was. Verweerder heeft bovendien terecht geoordeeld dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een onevenredige hardheid bij overdracht rechtvaardigen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.